De geschiedenis van FNS

Een functionele stoornis

We kunnen de geschiedenis van FNS goed beschrijven, althans hoe vanaf de negentiende eeuw tot nu over FNS werd gedacht. Hoe het voor die tijd was is onduidelijk, vooral door de grote verandering in het denken over ziekten sinds het begin van de negentiende eeuw. Wat was die grote verandering? In de negentiende eeuw is de zogenaamde klinisch-pathologische methode in de geneeskunde ingevoerd. Dat hield in dat de symptomen van patiënten werden vastgelegd en vervolgens na overlijden bij obductie (sectie) werd gekeken of een afwijking in een van de organen de symptomen kon verklaren. Bij veel hersenaandoeningen werden verklaringen gevonden, bij sommige niet. Als er geen verklaring werd gevonden, dat wil zeggen dat er geen verandering in de structuur van de hersenen of het zenuwstelsel werd aangetroffen, dan werd gesproken van een functionele stoornis.

Bekende voorbeelden van functionele stoornissen waren migraine en epilepsie. Als er verlammingen waren zonder structurele oorzaak sprak men over functionele verlammingen, als er gevoelsstoornissen waren over functionele gevoelsstoornissen etc. Ook werd de term functionele neurose gebruikt, waarbij we moeten bedenken dat toen het begrip neurose een andere betekenis had dan nu: toen ging het om iets dat met het zenuwstelsel te maken had, thans gaat het vaak om een psychische toestand waarbij men ineffectief reageert op problemen. De term neurose is nog steeds niet goed te definiëren, daarom is het beter deze term niet meer te gebruiken. De kern van FNS was en is nog steeds: symptomen zonder een afwijking in de structuur van het zenuwstelsel.

Vóór de negentiende eeuw werden ziekten ingedeeld op grond van de symptomen, veranderingen in de structuur van de organen hadden daarbij geen rol, dus ook niet die in de hersenen. FNS werd in de negentiende eeuw ook wel hysterie genoemd. Bij de beschrijving  van de geschiedenis van FNS begint men daarom vaak met de geschiedenis van hysterie. Dat is onjuist. De kern van FNS is welbeschouwd de afwezigheid van afwijkingen in de structuur van de hersenen. Dat begrip kende men nog niet voor de negentiende eeuw, evenmin het begrip  onverklaarde klacht. Wat hysterie wel was, is achteraf moeilijk na te gaan omdat ziekten niet werden gedefinieerd. Men had het vooral over symptomen, niet over ziekten. Er werd bijvoorbeeld gesproken over hoofdpijn en vervolgens wat daaraan gedaan kon worden. De Babyloniërs en Egyptenaren zouden hysterie al hebben herkend, maar wat zij dan herkenden is niet duidelijk. Het woord ‘hysterie’ zou  voor het eerst zijn gebruikt in het  Corpus Hippocraticum, een serie medische geschriften uit de tijd van de Griekse arts Hippocrates (ongeveer 400 jaar voor Christus), maar volgens de Britse classica Helen King komt hysterie in deze boeken niet als zelfstandig naamwoord voor, wel in de betekenis van ‘afkomstig van de baarmoeder’. Het ging om klachten die aan de baarmoeder werden toegeschreven, nu zouden we spreken van gynaecologische aandoeningen.

Freud

In het laatste kwart van de negentiende eeuw werd FNS gezien als een ontregeling van het zenuwstelsel na een stressvolle gebeurtenis. In de laat negentiende en begin twintigste eeuw werden – onder meer door Freud –  theorieën ontwikkeld waarin FNS verondersteld werd te ontstaan door de ‘omzetting’ of ‘conversie’ van een psychisch conflict in lichamelijke symptomen. Het gevolg was dat FNS toenemend als een psychische stoornis werd gezien en uit het zicht van de neurologen verdween.  Aan het eind van de twintigste eeuw kwam een kentering die goed zichtbaar is in de DSM-5.

DSM

DSM is de afkorting van ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’. Dit is hét diagnostisch en statistisch handboek voor psychiatrische aandoeningen. De eerste DSM verscheen in 1952, in 1994 de vierde versie, die het tot 2013 volhield. In 2013 kwam  de DSM-5 uit, in april 2014 de Nederlandse vertaling. Voor het vaststellen van een conversiestoornis, zoals FNS in de DSM heet, was er in de DSM-IV nog een relatie nodig tussen psychologische factoren en het begin, of de verergering, van de symptomen. In de DSM-5 is dat niet meer noodzakelijk. De diagnose is kortom veranderd van een psychiatrische of psychologische in een neurologische diagnose. Voor het stellen van de diagnose is niet meer de expertise van de psychiater of psycholoog vereist. Getracht is de term ‘conversiestoornis’ te vervangen door FNS, maar dat is niet gelukt. FNS staat nu wel tussen haakjes achter conversiestoornis.

Terug naar de negentiende eeuw

We zouden kunnen concluderen dat we nu weer verder gaan met het onderzoek naar de beste behandeling voor FNS van voor de tijd van de theorieën van Freud. De eerste resultaten zijn hoopgevend. Recent onderzoek heeft aangetoond dat in FNS gespecialiseerde fysiotherapie een hoge graad van succes behaalt!

 

Marieke van de Ree, voorzitter Stichting FNS en representative FND Hope The Netherlands, en Rien Vermeulen, emeritus hoogleraar neurologie UvA. Rien Vermeulen doet thans onderzoek naar de geschiedenis van FNS op de afdeling neurologie AMC Amsterdam en de afdeling theorie en geschiedenis van de Universiteit Groningen.

Meer informatie over FNS is te vinden op: www.stichtingfns.nl en www.neurosymptoms.org

bronnen:

“Functional Neurologic Disorders”, onder redactie van Mark Hallett, Jon Stone & Alan Carson, Elsevier 17 oktober 2016, ISBN: 9780128017722, in het bijzonder hoofdstuk 1 “A brief history of hysteria: From the ancient to the modern“, M. Trimble and E.H. Reynolds, Institute of neurology and Institute of Epileptology, London, UK

http://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-89824/pagina/dsm_5.html

 

Mensen met een conversiestoornis, beter gezegd een functionele neurologische stoornis (FNS), kunnen last hebben van verlammingen  of juist van verkrampingen van de spieren. Ze kunnen tremoren hebben of op epilepsie lijkende  aanvallen. Gevoelloosheid doof-  of blindheid komen ook voor. Ze hebben vaak pijn en zijn moe. Op scans zijn geen afwijkingen te zien,er is dan ook geen verandering van de structuur van het zenuwstelsel. Er is sprake van een functiestoornis. Je zou kunnen zeggen dat er iets mis is met de software niet met de hardware.

Eén reactie

  1. Hoi Marieke,

    Het valt me op dat er de afgelopen tijd voortdurend nieuwe inzichten zijn en daarmee de juiste behandeling lastig is. Is er op dit moment (mei 2018) een verschil tussen FNS en conversiestoornis? Wat en waarom is dat het meest actueel?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.